Bescherm uw helpende hand

Werkt uw partner mee in uw eenmanszaak? Krijgt u als vrij beroeper een helpende hand van uw echtgenoot? Logisch, alle hulp is meer dan welkom. Bovendien creëerde de wetgever een kader dat de meewerkende echtgenoot (m/v) een minimale sociale bescherming geeft.

Een wettelijk vermoeden

Wanneer wordt vermoed dat uw partner, of u nu gehuwd bent of wettelijk samenwoont,een meewerkende echtgenoot isvan een handelaar onder éénmanszaak of vrij beroeper? Als hij effectief meehelpt in de zaak en geen eigen inkomen geniet uit een andere beroepsactiviteit of geen vervangingsinkomen heeft.

Partners die louter toevallig meehelpen (minder dan 90 dagen per jaar) kunnen dit wettelijk vermoeden weerleggen. Ze leggen een verklaring op erewoord af, en versturen die naar het sociaal verzekeringsfonds.

Het gevolg? Sinds 1 juli 2005 moeten meewerkende echtgenoten, tenzij geboren vóór 1956, zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en sociale bijdragen betalen. Dit gebeurt op basis van een ‘fiscaal’ toegekend meewerkinkomen afkomstig van hun partner.

Optimaal benutten

Een deel van de inkomsten uit de eenmanszaak of het vrij beroep van de geholpen partner wordt fiscaal afgesplitst en toegekend aan de meewerkende echtgenoot. Zo krijgt die een volwaardig eigen inkomen met een eigen kostenaftrek.

Het stemt overeen met een normale bezoldiging voor de geleverde prestaties, met een maximum van 30 procent van de nettoinkomsten van de geholpen partner. Als u bewijst dat de geleverde prestaties recht geven op een groter gedeelte, kan dit zelfs meer zijn dan 30 procent.

Onze raad? Maximaliseer deze toekenning tot minstens de 30 procent-grens. Zo spreidt u de inkomsten van de geholpen partner over u beiden. Dit levert meestal een belastingvoordeel op, door de optimalisatie van de laagste belastingschijven per partner.

Bovendien kan de meehelpende partner van zijn meewerkinkomen eigen werkelijke beroepskosten aftrekken. Of hij kan gebruik maken van een wettelijk kostenforfait van 5 procent met een maximum van 3 670 euro voor 2011. Fiscale fiches opmaken voor de toekenning van dit meewerkinkomen hoeft niet, en u hoeft ook geen bedrijfsvoorheffing in te houden. Maar u bent wel verplicht tot voorafbetalingen. Doet u dat niet, dan riskeert u een vermeerdering van de personenbelasting.

Let op dat uw meewerkende partner niet in een sociale valkuil trapt.

Minimale sociale bescherming

Meewerkende echtgenoten betalen op hun meewerkinkomen sociale bijdragen, die vergelijkbaar zijn met die van een zelfstandige in hoofdberoep. Ze worden in principe berekend op het (meewerk)inkomen van drie jaar terug. Bent u voor het eerst onderworpen aan het zelfstandig statuut? Dan kunt u kiezen voor een voorlopige forfaitaire bijdrage of een bijdrage op basis van een geraamd inkomen. Na drie volledige bijdragejaren vindt er een regularisatie van de toestand plaats en bent u definitieve bijdragen verschuldigd. Deze bijdrageplicht geeft de meewerkende partner een minimale sociale bescherming, vergelijkbaar met die van een zelfstandige in hoofdberoep: rust- en overlevingspensioen, gezinsbijslagen, gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid, invaliditeit en moederschap. Maar in de praktijk situeert de impact zich voornamelijk in de opbouw van eigen, weliswaar beperkte pensioenrechten.

Gelukkig krijgt de meewerkende partner dankzij deze bijdrageplicht ook de mogelijkheid om zelf een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ) af te sluiten. Dit is een flexibel systeem van pensioenopbouw, waarbij u jaarlijks bijdragen stort die afhankelijk zijn van uw netto belastbaar (meewerk)inkomen, met een maximum van 2 852,88 euro voor 2011. De gestorte premies komen fiscaal volledig in mindering van uw meewerkinkomen.

Kiest u voor een sociaal vrij aanvullend pensioen? Dan kunt u naast pensioenopbouw ook zorgen voor solidariteitsprestaties zoals overlijdensdekking, premievrijstelling, gewaarborgd inkomen of moederschapsuitkering. Dit gebeurt zonder voorafgaande medische selectie en maakt een 15 procent hogere fiscaal aftrekbare premie mogelijk met een maximum van 3 282,39 euro voor 2011.

Overgang naar vennootschapsvorm

Bent u vrij beroeper of handelaar onder eenmanszaak en overweegt u om over te gaan naar een vennootschapsvorm? Zorg er dan voor dat uw meewerkende partner daar niet de pineut van wordt.

Fiscale motieven zijn vaak een goede reden om deze overgang te maken. Maar let op dat uw meewerkende partner niet in een sociale valkuil trapt. Want als meehelpende partner van een  vennootschapsmandataris krijgt hij in ruil voor zijn noeste arbeid geen eigen sociaal statuut. Bijgevolg kan hij geen eigen pensioenrechten meer opbouwen. Ook is er geen sprake meer van enig fiscaal meewerkinkomen, met alle nadelige fiscale gevolgen vandien.

Bekijk of het de moeite loont om uw partner medezaakvoerder te maken.

Besluit: Plan niet alleen voor uzelf, maar ook voor uw meewerkende partner!

Via een eigen sociaal statuut krijgt de meewerkende echtgenoot een minimale sociale bescherming, die vergelijkbaar is met die van een zelfstandige in hoofdberoep. Helaas schieten de sociale bescherming en het pensioen van zelfstandigen heel vaak te kort. Hou daarom ook rekening met de bescherming van uw meewerkende partner als u uw eigen financiële toekomst uittekent. Dit geldt nog meer als u een overstap naar een vennootschapsvorm overweegt.

 

Tekst Xavier Piqueur, Tax Advisor

AddThis