Een gepensioneerde die ook nog actief is op de arbeidsmarkt, moet dat binnen de 30 dagen na aanvang van de activiteit of kennisgeving van het pensioen aangeven bij de Rijksdienst voor Pensioenen. Het niet of te laat aangeven, kan leiden tot een schorsing van het pensioen.
Er mag ook maar een beperkt bedrag' bijverdiend worden. Hoeveel juist, is afhankelijk van de hoedanigheid waaronder er wordt bijgeklust. Een gepensioneerde met een zelfstandige activiteit mag naast zijn pensioen een inkomen hebben van maximaal 17.149,19 euro. Het gaat hier om het netto belastbare inkomen, na aftrek van beroepskosten en eventuele beroepsverliezen.
Voor werknemers ligt de grens op 21.436,50 euro. Dat is een brutobedrag, vóór inhouding van RSZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing. Belangrijk is dat voor wie nog geen 65 is en een vervroegd pensioen ontvangt, de inkomensgrenzen een stuk lager liggen.
Een overschrijding van die grenzen zal, afhankelijk de grootte ervan, een impact hebben op het pensioen. Wordt de grens met minder dan 15% overschreden, dan wordt het pensioen in dezelfde mate verminderd. Een grotere overschrijding heeft tot gevolg dat de betaling van het pensioen voor het volledige jaar geschorst wordt.
Ga vooraf na hoeveel u als gepensioneerde van het bijkomende inkomen zult overhouden.
Ook op fiscaal vlak is de gepensioneerde best alert voor mogelijk nadelige gevolgen. Het kan gebeuren dat twee personen die naast hun pensioen nog werken en daarbij even veel verdienen, een verschillende belastingafrekening voorgeschoteld krijgen, terwijl hun pensioenen slechts enkele euro's verschillen. Een voorbeeld: persoon A ontvangt een pensioen van 13.881 euro per jaar. Daarnaast klust hij nog wat bij als werknemer, waarvoor hij een (belastbare) wedde ontvangt van 10.000 euro per jaar. Daarop moet hij uiteindelijk 4268 euro belastingen betalen. Persoon B bevindt zich in dezelfde situatie, alleen bedraagt zijn pensioen 1 euro meer, namelijk 13.882 euro. Hij moet daarop 4968 euro belastingen betalen, 700 euro meer dan persoon A. De verklaring vinden we in de vrij technische berekening van de belastingvermindering voor vervangingsinkomens in de personenbelasting. Voor wie een groter pensioen ontvangt dan 13.881,55 euro en daarnaast nog andere inkomsten heeft, wordt de vermindering anders (en nadeliger) berekend dan voor iemand met een kleiner pensioen. Indien persoon B niet meer zou werken, zou hij op zijn pensioen helemaal geen belastingen hoeven te betalen. Van zijn belastbare wedde van 10.000 euro houdt hij bijgevolg slechts de helft over.
De conclusie is duidelijk: om te vermijden dat bijklussen naast het pensioen uitmondt in een fiscale domper, gaat u best vooraf eens na hoeveel u uiteindelijk van het bijkomende inkomen zult overhouden.
Dieter Bossuyt, fiscalist Optima Financial Planners
Deze bijdrage verscheen in het personal finance-magazine Moneytalk onder de rubriek 'fiscaal weetje'.
