Onder privéverplaatsingen valt naast het eigenlijke privégebruik, ook het woon-werkverkeer. Dit laatste is de afstand die u aflegt van uw woonplaats naar uw vaste plaats van tewerkstelling. Voor werknemers is dit de plaats waar zijn of haar aanwezigheid gedurende het belastbare tijdperk veertig dagen of meer bedraagt. Voor een arts die zijn artsenpraktijk uitoefent via een BVBA met maatschappelijke zetel op zijn thuisadres en die als bedrijfsleider in naam en voor rekening van de BVBA werkt in een ziekenhuis, zijn de verplaatsingen tussen de woonplaats en het ziekenhuis eveneens woon-werkverkeer.
De berekening van dit voordeel alle aard gebeurt niet op basis van het werkelijk voordeel dat u geniet – de door u uitgespaarde kosten - maar op basis van een forfaitaire raming. Sinds 1 januari 2012 gebeurt de raming van dit voordeel echter op een volledig nieuwe wijze.
Sindsdien ontwikkelden er zich een aantal ongewenste ontwijkingsmechanismen die de nieuwe berekening van het voordeel kunstmatig naar beneden haalden. Recent volgde dan ook een voorstel tot wetswijziging op deze punten.
Bovendien trachtte de nieuwe regering Di Rupo I de bedrijfswagens ook meer te belasten bij de verstrekkers ervan door een verhoging van de belastbare basis in de vennootschapsbelasting op dit vlak. Hoog tijd dus voor een stand van zaken!
Personenbelasting: nieuwe berekening voordeel alle aard bij de werknemer of de bedrijfsleider
Regeling voor 1 januari 2012
Voordien bedroeg het voordeel al naargelang u als werknemer of bedrijfsleider meer of minder dan 25 kilometer (enkele rit) van uw vaste plaats van tewerkstelling woonde:
- hetzij 5.000 km x CO2 uitstoot van de wagen x 0,00216 (voor een wagen op benzine/LPG) of x 0,00237 (voor een dieselwagen);
- hetzij 7.500 km x CO2 uitstoot van de wagen x 0,00216 (voor een wagen op benzine/LPG) of x 0,00237 (voor een dieselwagen).
Het aantal in aanmerking te nemen kilometers per jaar mag niet lager zijn dan 5.000.
Bovendien mocht het voordeel niet lager zijn dan 0,10 €/km. Op jaarbasis bedroeg het voordeel minimaal € 500.
Indien de CO2-uitstoot niet gekend was bij de dienst inschrijving voertuigen bedroeg deze sowieso 205 g/km (benzinewagen/LPG) of 195 g/km (dieselwagen). De eigen bijdrage van de verkrijger kwam in mindering van het aldus vastgestelde voordeel.
Regeling vanaf 1 januari 2012
Cataloguswaarde
Algemeen
Sinds nieuwjaar wijzigde deze berekening drastisch. De afstand tussen de woonplaats en de vaste plaats van tewerkstelling speelt geen rol meer. Het nieuwe hoofdaanknopingspunt voor de berekening is 'cataloguswaarde' met name 'gefactureerde waarde inclusief opties en belasting over de toegevoegde waarde, zonder rekening te houden met enige korting, vermindering, rabat of restorno'4.
De BTW wordt berekend op de cataloguswaarde van de firmawagen zonder de daarop de verkregen korting toe te passen. Het gaat dus niet om de effectief betaalde btw maar om de (theoretische) btw op de catalogusprijs zonder fleetkorting of enige andere korting naar aanleiding van een speciale actie.
Wanneer de prijs voor een firmawagen € 28.000 exclusief btw bedraagt en er € 3.000 korting is, geldt als de cataloguswaarde € 33.880 met name € 28.000 te verhogen met 21% btw en niet € 30.250 (€ 25.000 te verhogen met 21% btw en € 3.000 korting).
Ook bepaalde optionele uitrusting ter gelegenheid van een speciale actie aangeboden in 'pakketten' voor een gunstigere prijs dan normaal of zelfs gratis, is een korting die deel uitmaakt van de cataloguswaarde.
Bijvoorbeeld een speciale actie kent een gratis optiepakket ter waarde van € 3.000 toe bij aankoop van een wagen € 30.000. De 'cataloguswaarde' bedraagt € 33.000 (€ 30.000 verhoogd met € 3.000).
Wat met gehuurde wagens of leasingwagens ?
Indien uw vennootschap of werkgever geen eigenaar is van het ter beschikking gestelde voertuig maar de wagen huurt (renting) of leaset, dan is nog steeds onduidelijk wat eigenlijk onder de cataloguswaarde valt.
Volgens de minister van financiën geldt dan de gefactureerde waarde inclusief opties en belasting over de toegevoegde waarde, zonder rekening te houden met enige korting, vermindering, rabat of restorno en inclusief de optieprijs5.
Door de verwijzing naar de optieprijs lijkt de minister ervan uit te gaan dat hier blijkbaar de prijs geldt die de leasinggever aan de leasingnemer aanrekent voor de wedersamenstelling van het geïnvesteerde kapitaal inclusief de optieprijs. Maar dat is dan weer in tegenspraak met de zinsnede 'zonder rekening te houden met enige korting, vermindering, rabat of restorno'. De door de leasinggever aan de leasingnemer aangerekende prijs ter wedersamenstelling van het geïnvesteerde kapitaal reflecteert immers de prijs verminderd met de kortingen en verminderingen die de leasinggever zelf bij de aankoop van de wagen genoot. Onduidelijkheid troef dus!
Wat met tweedehandswagens?
Volgens de minister van Financiën geldt voor tweedehandswagens ook de door uw werkgever of vennootschap betaalde gefactureerde waarde met inbegrip van de opties zonder eventuele kortingen, rabats of restorno's6 als cataloguswaarde.
Maar om een aantal ontwijkingsmechanismen de mond te snoeren, is in een nieuw wetsvoorstel als cataloguswaarde voor tweedehandswagen voorzien de catalogusprijs van het voertuig "in nieuwe staat" bij verkoop aan een particulier, inclusief opties en belasting over de toegevoegde waarde, zonder rekening te houden met enige korting, vermindering, rabat of restorno.
Dus uw nieuwe bedrijfswagen inruilen voor eenzelfde tweedehands wagen met een veel lagere factuurwaarde zal u geen baat opleveren onder de vorm van een lagere cataloguswaarde. Ook indien uw vennootschap op het einde van het leasingcontract of rentingcontract van uw ter beschikking gestelde wagen de aankoopoptie licht, zal geen rekening worden met de op dat ogenblik door uw vennootschap betaalde gefactureerde waarde voor het lichten van de optie.
Vermenigvuldigd met 6/7, CO2 percentage en coëfficiënt in functie van ouderdom wagen
De volledige berekening gebeurt verder door een CO2-percentage toe te passen op zes zevenden van deze 'cataloguswaarde' van het kosteloos ter beschikking gestelde voertuig. Het CO2-basispercentage bedraagt 5,5 procent voor een referentie-CO2-uitstoot van 115 g/km voor voertuigen met een benzine-, LPG- of aardgasmotor, en voor een referentie-CO2-uitstoot van 95 g/km voor dieselwagens.
Wanneer de uitstoot van het voertuig hoger ligt dan deze referentie-uitstoot wordt het basispercentage met 0,1 procent per CO2-gram vermeerderd tot maximum 18 procent. Ligt de uitstoot van het voertuig lager dan de referentie-uitstoot dan vermindert het basispercentage met 0,1 procent per CO2-gram tot een minimaal 4 procent.
Bij gebreke aan CO2-gegevens van de dienst inschrijving voertuigen geldt een CO2-uitstoot van 195 g/km voor een dieselvoertuig en 205 g/km voor een voertuig met een benzine-, LPG- of aardgasmotor.
Volgens het recente ingediende wetsvoorstel zal ook rekening worden gehouden met de ouderdom van het voertuig door op de 'cataloguswaarde' ook een correctiecoëfficiënt toe te passen in functie van de ouderdom van het voertuig. Die correctiecoëfficiënt zou als volgt worden bepaald:
Periode sinds de eerste inschrijving van het voertuig (*) |
Correctiecoëfficiënt in functie van de ouderdom |
|
Van 0 tot 12 maanden |
100% |
|
Van 13 tot 24 maanden |
94% |
|
Van 25 tot 36 maanden |
88% |
|
Van 37 tot 48 maanden |
82% |
|
Van 49 tot 60 maanden |
76% |
|
Vanaf 61 maanden |
70% |
(*) een begonnen maand wordt voor een volle geteld.
Een voorbeeld zal de impact van deze nieuwe berekeningswijze verduidelijken: Peter is zaakvoerder van een BVBA via dewelke hij zijn dierenartsenpraktijk uitbaat. Deze BVBA stelt hem gratis een Land Rover Discovery ter beschikking voor zowel zijn privéverplaatsingen als zijn beroepsmatige verplaatsingen. De afstand van zijn woonplaats naar zijn vaste plaats van tewerkstelling bedraagt 26 kilometer enkele rit. Deze Rangerover is een dieselwagen met een hoge CO2 uitstoot van 244 g/km. De wagen werd in september 2010 nieuw aangekocht voor de prijs van € 54.000 inclusief BTW. De wagen werd ook in die maand ingeschreven.
Voor het inkomstenjaar 2011 had Peter een belastbaar voordeel alle aard van € 4.337 met name 7.500 km x 244 g/km x 0,00237.
Voor het inkomstenjaar 2012 stijgt zijn belastbaar voordeel naar € 8.331 met name:
- Percentage CO2-uitstoot: 5,5% + ((244-95) x 0,1%) = 20,4% te beperken tot 18%
- Voordeel = € 54.000 x 18% x 6/7 x 94% = € 7.831,54 per jaar
Aangezien het voordeel van alle aard wordt belast in de hoogste inkomstenschijf van 53,5% (inclusief 7% gemeentelijke opcentiemen) kostte dit Peter voor het inkomstenjaar 2011 € 2.320,30 aan personenbelasting. In 2014 betaalt hij hierdoor ook nog eens extra sociale bijdragen. Voor het inkomstenjaar 2012 zal de verschuldigde personenbelasting echter oplopen tot € 4.189,88…
Minimum bedrag voordeel en vermindering met eigen bijdrage
Tenslotte mag het voordeel nooit minder dan € 1.200 (bedrag voor 2012: jaarlijkse indexatie) per jaar bedragen en indien het voordeel niet kosteloos wordt toegestaan, vermindert het vooralsnog met de eigen bijdrage van de genieter. Ook indien u zelf een optie zoals een lederen interieur, trekhaak … financiert, geldt dit als een eigen bijdrage.
Stel dat het in aanmerking te nemen voordeel voor een werknemer € 2.500 bedraagt en de eigen bijdrage ingehouden door de werkgever op het nettoloon € 1.500, dan bedraagt het belastbaar voordeel € 1.000.
Factureert een leasingmaatschappij op het einde van het leasingcontract een bedrag ter vergoeding van de schade aan het voertuig, dan kan u dit bedrag niet in mindering brengen van het belastbaar voordeel van alle aard. Dit geldt evenmin indien u aan uw werkgever of onderneming een franchise ter dekking van de schade aan het voertuig moet betalen voor het herstel van schade naar aanleiding van een ongeval.
Vennootschapsbelasting: invloed op de belastbare winst bij de vennootschap?
Regeling voor 2012
Behoudens de volledig aftrekbare financieringskosten evenals de brandstofkosten en de taxikosten die beiden voor 75% aftrekbaar7 zijn, wordt de fiscale aftrek van de autokosten in de vennootschapsbelasting, wat de personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en oneigenlijke lichte vrachtwagens betreft, bepaald in functie van type brandstof en de CO²-uitstoot.
Voor de voertuigen met een dieselmotor geldt volgende aftrekbaarheid:
* 100 % indien ze een uitstoot hebben tot maximaal 60 gram CO2 per kilometer;
* 90 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 60 gram CO2 per kilometer tot maximaal 105 gram CO2 per kilometer;
* 80 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 105 gram CO2 per kilometer tot maximaal 115 gram CO2 per kilometer;
* 75 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 115 gram CO2 per kilometer tot maximaal 145 gram CO2 per kilometer;
* 70 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 145 gram CO2 per kilometer tot maximaal 170 gram CO2 per kilometer;
* 60 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 170 gram CO2 per kilometer tot maximaal 195 gram CO2 per kilometer;
* 50 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 195 gram CO2 per kilometer of indien geen gegevens met betrekking tot de CO2-uitstoot-gehaltes beschikbaar zijn bij de dienst voor inschrijving van de voertuigen.
Voor de voertuigen met een benzinemotor geldt volgende aftrekbaarheid:
* 100 % indien ze een uitstoot hebben tot maximaal 60 gram CO2 per kilometer;
* 90 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 60 gram CO2 per kilometer tot maximaal 105 gram CO2 per kilometer;
* 80 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 105 gram CO2 per kilometer tot maximaal 125 gram CO2 per kilometer;
* 75 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 125 gram CO2 per kilometer tot maximaal 155 gram CO2 per kilometer;
* 70 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 155 gram CO2 per kilometer tot maximaal 180 gram CO2 per kilometer;
* 60 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 180 gram CO2 per kilometer tot maximaal 205 gram CO2 per kilometer;
* 50 % indien ze een uitstoot hebben van meer dan 205 gram CO2 per kilometer of indien geen gegevens met betrekking tot de CO2-uitstoot-gehaltes beschikbaar zijn bij de dienst voor inschrijving van de voertuigen.
Merk op dat de fiscale administratie aanvaardt dat deze aftrekbeperkingen niet worden toegepast wanneer tegenover de autokosten een belastbaar voordeel van alle aard staat8.
Onlangs aanvaardde het hof van beroep te Antwerpen trouwens ook dat deze verminderd mogen worden met de bijdrage die de werknemer voor het privégebruik van zijn ter beschikking gestelde bedrijfswagen betaalt. Het hof kwam hiermee uitdrukkelijk terug op zijn vorig standpunt9.
Regeling van toepassing op de voordelen van alle aard toegekend vanaf 2012
Naast de reeds bestaande beperkingen in de fiscale aftrekbaarheid van de autokosten, moet voortaan bijkomend 17% van het voordeel alle aard van de ter beschikking gestelde bedrijfswagens toegekend vanaf 2012 aan de verworpen uitgaven van de vennootschap worden toegevoegd10. Dit leidt uiteraard tot een verhoging van het belastbaar resultaat van de vennootschap.
Bovendien mag op dit deel van het fiscaal resultaat geen notionele intrestaftrek, DBI aftrek, fiscale verliesaftrek etc. worden toegepast. Open vraag hierbij is of de beperking inzake DBI aftrek wel mogelijk is op basis van de Moeder-Dochter richtlijn. Uit de rechtspraak van het hof van beroep van Antwerpen blijkt immers dat bepaalde gelijkaardige beperkingen aan de DBI aftrek niet verenigbaar zijn met deze richtlijn11.
Bovendien zal er blijkbaar geen verhoging van het fiscaal resultaat zijn in de mate dat de genieter voor de ter beschikkingstelling van de wagen een eigen bijdrage betaalt. In die mate is er immers simpelweg geen sprake van voordeel alle aard.
Deze eigen bijdrage evenals het effectieve belastbare voordeel alle aard bij de genieter mag trouwens in mindering gebracht worden van de overige niet aftrekbare autokosten. Met andere woorden het eventueel hogere voordeel van alle aard – al dan niet vergoedt door de genieter - zal aanleiding geven tot een daling van de fiscaal niet aftrekbare autokosten. Onrechtstreeks zullen hierdoor dus meer autokosten aan 100 % aftrekbaar zijn bij de vennootschap.
Besluit
De impact van de nieuwe fiscale maatregelen met betrekking tot de bedrijfswagens zal zich vooral laten voelen indien u een vrij dure wagen ter beschikking hebt met een hoge CO2 uitstoot. Kan u echter binnenkort een nieuwe bedrijfswagen kiezen, maak u keuze dan op basis van de CO2 uitstoot en de cataloguswaarde.
Is er ondanks de ouderdom van het voertuig toch een heel sterke verhoging van uw voordeel alle aard dan kan u als bedrijfsleider indien mogelijk de wagen - indien eigendom van uw vennootschap - aan uzelf verkopen om deze dan te verhuren aan uw vennootschap voor de beroepsmatige verplaatsingen of om vervolgens een forfaitaire kilometervergoeding aan te rekenen voor deze verplaatsingen. Voor werknemers ligt deze piste niet open.
De verkoop zelf zal u met privégelden moeten financieren. Bovendien is een marktconforme prijs vereist evenals een nieuwe inschrijving bij de dienst inschrijving voertuigen met opnieuw belasting op inverkeerstelling als gevolg.
In geval van verhuur aan de vennootschap kan u niet meer dan een marktconforme huur vragen. Bovendien dient u bij controle of een vraag om inlichtingen aan de fiscale administratie aan te tonen hoeveel beroepsmatige kilometers voor rekening van uw vennootschap huurder effectief werden gereden. Hieronder vallen de kilometers van uw woonplaats naar uw vaste plaats van tewerkstelling niet! Afspraken buiten deze plaats bij klanten, leveranciers etc. zal u dus nauwgezet moeten bijhouden.
Voordelig is wel dat de verhuur van een personenwagen door een zaakvoerder vennoot aan zijn vennootschap volgens de minister van financiën12 niet onderworpen is aan BTW. Bovendien worden de huurinkomsten in de personenbelasting slechts belast aan 15% als roerend inkomen en is er een forfaitaire kostenaftrek van 15%.
Indien u opteert voor een kilometervergoeding dan kan u per beroepsmatig afgelegde kilometer in principe een belastingvrije vergoeding van € 0,3352 aanrekenen. Een hogere vergoeding is ook mogelijk, maar dan blijft de hogere vergoeding enkel belastingvrij indien u kan bewijzen dat deze overeenstemt met de gemiddelde kostprijs per kilometer van het voertuig.
Bovendien geldt de gelijkschakeling van de vergoeding van niet meer dan 0,3352 €/km met een belastingvrije onkostenvergoeding volgens de fiscale administratie enkel alleen als het jaarlijks aantal afgelegde kilometers niet abnormaal hoog ligt. De grens hiervoor legt de fiscus op 24.000 km per jaar. Worden jaarlijks meer kilometers gereden dan is de kans groot dat de administratie een onderzoek instelt en bijkomende bewijzen van de gereden kilometers en gemaakte autokosten eist.
1 Onder auto voor dubbel gebruik wordt verstaan, elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van personen en zaken en die, bij gebruik voor bezoldigd vervoer, ten hoogste acht plaatsen mag bevatten, zonder die van de bestuurder. Hiermee worden dus bedoeld: commercials, breaks en stationwagons, waarvan de ruimte achter de zetel van de bestuurder zodanig is ingericht dat er zetels kunnen worden geplaatst.
2 Onder minibus wordt verstaan, elke auto opgevat en gebouwd voor het vervoer van personen die bij gebruik voor het bezoldigd vervoer van personen, ten hoogste 8 plaatsen mag bevatten, zonder die van de bestuurder, en die uitgerust is met een koetswerk van hetzelfde type als dat van lichte vrachtauto's of autobussen.
3 artikel 65 W.I.B. 1992
4 Artikel 36 § 2 W.I.B. 1992
5 Parl. St. Kamer 2011-2012, nr. 53-1952/010, 31.
6 Parl. St. Kamer 2011-2012, nr. 53-1952/010, 31.
7 art. 66, § 1, al. 1 W.I.B. 1992
8 Com.IB 1992, nr. 66/41; V. & A. Senaat, 13 juni 1989, nr. 35, 1779; Fiscoloog, nr. 263, 7
9 Jan Van Dyck, Toch geen aftrekbeperking voor terugbetaalde autokosten, Fiscoloog, 2011, p. 4 noot bij Antwerpen 17 mei 2011; contra: Vraag nr. 1206 van kamerlid BORGINON van 27 maart 2006; V. & A. Kamer 2005-06, nr. 121, 23.475.
10 Artikel 198, eerste lid, 9° W.I.B. 1992
11 Antwerpen 28 april 2009, fiscoloog, 2009, afl. 1160, p. 1; B. Van Vlierden, vennootschapsbelasting : 17% van het voordeel van alle aard bedrijfswagens en het verband met de DBI… in strijd met de EU Moeder Dochter richtlijn? http://www.tiberghien.be
12 Vraag nr. 206 van de heer Brotcorne van 19.01.2009, Vr. en Antw., Kamer, 2008-2009, nr. 051, blz. 199-201.
