Is het gras werkelijk groener aan de overkant … in Frankrijk?

De vermogensbelasting, de gunstige belasting van groepsverzekeringen, van belasting vrijgestelde giften. Dit zijn enkele onderwerpen die u reeds bent tegengekomen in uw dossiers.

Zijn de bepalingen nog steeds van kracht in Frankrijk? Wat zijn de aanpassingen hieraan voor 2012? Dit zijn enkele vragen die aan bod komen in deze Competence Update.

De betrachting is niet om volledig te zijn maar wel om enkele terugkerende punten te belichten. Aarzel niet om ons hierover verder te contacteren.

1. De vermogensbelasting

Indien er een Franse belasting is die goed gekend is, dan gaat het om de fameuze I.S.F. (Impôt sur la Fortune; vrij vertaald belasting op fortuin of kortweg vermogensbelasting). Dit is niets anders dan een belasting op het vermogen die enkele Belgische politieke partijen hadden willen invoeren in ons land gedurende de ellenlange regeringsonderhandelingen. Deze belasting werd recent gewijzigd. Daarom is het opportuun om stil te staan bij de basisprincipes ervan.

IS HET GRAS WERKELIJK GROENER AAN DE OVERKANT . . . IN FRANKRIJK?

Wie dient er een aangifte ISF in te dienen en op welk vermogen is deze verschuldigd?

Alle natuurlijke personen die hun fiscale woonplaats in Frankrijk hebben en die een vermogen hebben waarvan de totale netto waarde met name de totale waarde van de belastbare goederen verminderd met de erop rustende schulden in en buiten Frankrijk hoger of gelijk is aan € 1.300.000 op 1 januari van het desbetreffende jaar.

De natuurlijke personen die hun fiscale woonplaats buiten Frankrijk hebben worden slechts belast op hun goederen gelegen in Frankrijk. Onder natuurlijk persoon moet eerder verstaan worden "fiscale huishoudens‟. Zo dient voor samenwonenden (ongeacht hun huwelijksstelsel) het totaal van hun gezamenlijke goederen in rekening gebracht te worden om na te gaan of de grens van € 1.300.000 wordt overschreden.

Er is dus een gemeenschappelijke aanslag voor gehuwden behalve in twee gevallen:

  • Indien ze van tafel en bed gescheiden of in echtscheiding verwikkeld zijn en feitelijk gescheiden wonen;
  • Indien ze gehuwd zijn met scheiding van goederen en niet meer onder hetzelfde dak wonen.

De goederen van de minderjarige kinderen worden apart belast indien de ouders niet het wettelijke ouderlijk gezag of hoederecht uitoefenen.

Koppels die feitelijk samenwonen, worden eveneens gezamenlijk belast. De wetgeving over het zogenaamde pacte civil (een soort equivalent van het Belgische stelsel van wettelijke samenwoning) werd gewijzigd waardoor dit ook openstaat voor personen van hetzelfde geslacht en bijgevolg ook homoseksuele koppels gezamenlijk kunnen belast worden in de ISF indien de administratie een feitelijke samenwoning bewijst.

Welke belasting?

Voor het jaar 2011 volstaat het om een onderscheid te maken tussen twee situaties, met name:

  • Uw vermogen is lager dan € 1.300.000: u bent dus niet onderworpen aan de vermogensbelasting;
  • Uw vermogen is hoger dan € 1.300.000: u bent wel onderworpen aan de vermogensbelasting maar pas vanaf de schijf van uw vermogen boven de € 800.000.

Netto belastbare schijven

Tarief

< € 800.000
Tussen € 800.000 en € 1.310.000
Tussen € 1.310.000 en € 2.570.000
Tussen € 2.570.000 en € 4.040.000
Tussen € 4.040.000 en € 7.710.000
Tussen € 7.710.000 en € 16.790.000
Boven de € 16.670.000

0
0,55 %
0,75 %
1 %
1,30 %
1,65 %
1,80 %

Vanaf de 1ste januari 2012 zullen de (verlaagde) barema‟s als volgt zijn:

Netto belastbare schijven

Tarief

< € 1.300.000
Tussen € 1.300.000 en € 3.000.000
Boven de € 3.000.000

0
0,25 %
0,50 %

Indien uw fortuin lager is dan € 1.300.000 betaalt u geen vermogensbelasting. Is uw vermogen daarentegen hoger of gelijk aan € 1.300.000 dan betaalt u voor elke euro van uw vermogen. Indien u dus een vermogen heeft van € 1.300.000 dan bent u onderworpen aan een belasting van 0,25 % over het totale bedrag en niet enkel op datgene dat boven de € 1.300.000 uitstijgt.

Is uw vermogen minstens € 3.000.000 dan betaalt u 0,50 % op dit integrale vermogen (en dus niet bijvoorbeeld 0,25 % op het bedrag tot € 3.000.000 en 0,5 % op de rest).
Om de vermogensbelasting te verminderen is de meest voor de hand liggende oplossing in Frankrijk deze van de schenking aan de meerderjarige kinderen. Om het gewenste effect te hebben, dient de schenking te gebeuren in volle eigendom of enkel in vruchtgebruik. Vaak wordt ook teruggegrepen naar techniek van de schenking van een tijdelijk vruchtgebruik. Gedurende de erop betrekking hebbende periode is het effect op het vlak van vermogensbelasting gelijk maar de fiscale kost van de schenking van een tijdelijk vruchtgebruik is lager dan deze van een schenking van volle eigendom.

2. Belasting van meerwaarden op onroerend goed

Een andere belangrijke verandering is deze met betrekking tot de belasting van meerwaarden bij (her)verkoop van onroerende goederen zowel privé als via een SCI.

Op basis van het dubbelbelastingverdrag tussen Frankrijk en België kan het land waar het goed gelegen is deze meerwaarde belasten. In Frankrijk bedraagt het tarief van de belasting 19 % (16 % tot 31 december 2010). Tot 31 januari bestaat er ook een vrijstelling van 10 % van de meerwaarde vanaf het vijfde jaar na verkrijging van het goed zodat de meerwaarde helemaal vrijgesteld is na 15 jaar bezit.

Vanaf 1 februari 2012, meer bepaald voor alle notariële aktes na deze datum van overdracht van het onroerend goed of van zakelijke rechten op het onroerend goed, wordt de vrijstelling beperkt zodat per jaar slechts 2 % van de meerwaarde wordt vrijgesteld na het vijfde jaar, 4 % na het 17de jaar en 8 % na het 24ste jaar. Bijgevolg zal een meerwaarde pas helemaal vrijgesteld zijn na 30 jaar bezit.

Merk op dat er in Frankrijk een periode moet gerekend worden van ongeveer drie maanden tussen de ondertekening van de compromis en de definitieve verkoopakte. Hierdoor zijn eigenlijk alle recente verkopen reeds onderworpen aan deze nieuwe maatregel.

Gelukkig zijn de meerwaarden die worden verkregen bij de verkoop van de hoofdverblijfplaats (evenals de aanhorigheden zoals de garage, parkingplaats, binnenkoer, …) vrijgesteld van belasting.

Andere vrijstellingen blijven ook van toepassing, met name:

  • Elke verkoop waarvan het bedrag de € 15.000 niet overstijgt;
  • In geval van onteigening (gelijkgesteld met een verkoop) omwille van maatschappelijke noodzaak, is de verkregen vergoeding vrijgesteld op voorwaarde dat deze wordt geherinvesteerd ten beloop van 90 % binnen de 12 maanden;
  • In geval van verkoop van een door een ramp beschadigd onroerend goed (brand, overstroming, …) wordt de vergoeding van de verzekeraar niet in rekening genomen bij de berekening van de meerwaarde.

Bovendien staan er nog enkele nieuwe vrijstellingen op stapel.

Zo is er een recent amendement ingediend in het Franse parlement op de verbeterde financieringswet van 2011 dat betrekking heeft op de meerwaarden op onroerend goed in handen van bepaalde gepensioneerden (die werden opgenomen in een rust- en verzorgingstehuis) en in handen van bepaalde gehandicapte volwassenen (opgenomen in een gespecialiseerde instelling).

3. Belasting van kapitalen van groepsverzekeringen

Tot voor kort volstond het om zich te domiciliëren in Frankrijk enige tijd voor de betaling van het kapitaal van zijn/haar groepsverzekering om te ontsnappen aan de taxatie van dit kapitaal.

Inderdaad, in dergelijk geval was de Franse fiscale wetgeving van toepassing (op basis van het dubbelbelastingverdrag tussen Frankrijk en België) en deze voorzag niet in de belasting van deze kapitalen. Nadat de Belgische fiscus tevergeefs poogde deze kapitalen te belasten op basis van een intussen door de rechtspraak van het Hof van Cassatie onwettelijk geachte fictiebepaling (deze fictie hield in dat bij vertrek uit België de kapitalen werden geacht te zijn uitgekeerd net voor het vertrek naar Frankrijk).

Ondanks deze Franse ontsnappingsroute voor Belgen, was het de zogenaamde Zwitserse route die de Fransen zelf gebruikten die de aanleiding was om deze deur te sluiten. Inderdaad, deze laatsten werden niet belast op hun pensioenkapitalen uitgekeerd door Zwitserse pensioenfondsen.

De hiertegen genomen fiscale maatregelen zijn heel eenvoudig: het uitgekeerd pensioenkapitaal wordt in principe op dezelfde wijze belast als een gewoon periodiek pensioen. Dit houdt in op dezelfde wijze als de beroepsinkomsten maar mits een vrijstelling van 10 %.

Indien het pensioenkapitaal echter hoger is dan € 6.000 (wat veelal het geval is), is het mogelijk om een spreiding van de belasting in de tijd te bekomen over een periode van 15 jaar.

Praktisch zal de belastingplichtige gedurende een periode van 15 jaar 1/15de van het kapitaal aan zijn netto belastbaar inkomen toevoegen zodat de progressiviteit van de belastingtarieven wordt gemilderd. Zelfs al is deze belasting niet erg hoog (te vergelijken met de Belgische belasting op de fictieve rente van het kapitaal voor een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen) stemt dit voor toekomstig gepensioneerden tot nadenken.

Het fiscale voordeel van de verhuis alvorens het pensioenkapitaal te verkrijgen van zijn/haar groepsverzekering (en andere pensioenkapitalen) is dus niet meer. Vluchten naar Frankrijk voor het opvragen van het kapitaal uit de groepsverzekering lijkt dus onnodig geworden, althans tot voor kort.

Twee nieuwe wijzigingen blazen deze afweging nieuw leven in. Enerzijds schept een recent reeds doorgevoerde aanpassing in Frankrijk (ingevoerd met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2011) de mogelijkheid om te opteren voor een eenmalige belasting van 90 % van het pensioenkapitaal aan een tarief van 7,5 %, terwijl anderzijds het er in België naar uitziet dat dergelijke pensioenkapitalen zwaarder zullen worden belast aan meer dan 20 % (nog te verhogen met diverse inhoudingen) in geval van uitkering op 60 jaar.

De combinatie van deze twee elementen zou de balans opnieuw kunnen laten overslaan in het voordeel van Frankrijk en opnieuw toekomstige gepensioneerden doen kiezen voor "la route du soleil‟ richting zuid Frankrijk. Hun keuze zal onder andere afhangen van de leeftijd waarop ze in pensioen gaan en het bedrag van de te ontvangen pensioenkapitalen.

4. Andere nieuwigheden uit Frankrijk

Termijn tussen twee schenkingen
In Frankrijk is het mogelijk om in rechte lijn goederen (roerend en onroerend) te schenken met vrijstelling van schenkingsrechten ten belope van een bedrag van € 159.325 (bedrag voor 2011 – jaarlijkse indexatie). Tot voor kort, kon u na verloop van een termijn van zes jaar herbeginnen met schenken met toepassing van dezelfde vrijstelling van schenkingsrechten. Deze termijn werd echter verlengd tot 10 jaar. Gelukkig werd voorzien in een overgangsregime voor schenkingen die reeds gebeurden in de periode gelegen tussen de 6 en de 10 jaar voor de inwerkingtreding van deze nieuwe maatregel.

Belasting op de tweede verblijven
Een andere maatregel die veel stof deed opwaaien de laatste maanden is deze van de belasting op tweede verblijven gelegen in Frankrijk. Deze maatregel viseerde buitenlanders en Franse uitwijkelingen met een tweede verblijf in Frankrijk. De bruto huurwaarde (equivalent van het Belgische kadastrale inkomen) van deze tweede verblijven zou worden belast tegen een tarief van 20 %. Deze vooropgezette maatregel viel uiteindelijk alsnog weg.

De zogenaamde Bouclier fiscal (vrij vertaald "fiscaal plafond")

Volgens het systeem van de zogenaamde "bouclier fiscal", mag heel eenvoudig gesteld het totaal van bedragen betaald door een belastingplichtige aan belasting op zijn inkomen, vermogensbelasting, lokale belastingen met betrekking tot zijn hoofdverblijfplaats en van de sociale bijdragen niet hoger zijn dan 50 % van het totaal van zijn belaste en vrijgestelde inkomsten. Dit fiscaal plafond wordt afgeschaft vanaf 1 januari 2013 zodat deze belastingen niet meer worden beperkt tot 50 % van de inkomsten.

 

Guillaume Breyne

Responsible Competence Center

AddThis