Sterfhuisclausule: Een stap vooruit, twee stappen achteruit

De sterfhuisclausule is een wat morbide naam voor een interessante techniek, die een serieuze besparing in de successierechten kan opleveren. Recentelijk werd nog eens duidelijk dat de fiscus maar een koele minnaar is van de sterfhuisclausule. Blijft de techniek de moeite? Of kiest u beter voor een alternatief?

Wat u erft en hoeveel successierechten u betaalt bij de dood van uw echtgenoot, dat hangt af van uw huwelijksstelsel. Bent u gehuwd onder een gemeenschapsstelsel? Dan kunt u in uw huwelijkscontract een verblijvingsbeding zetten, in de volksmond beter bekend als ‘langst leeft, al heeft’. Als een van de echtgenoten overlijdt, zal het volledige gemeenschappelijk vermogen in volle eigendom ‘verblijven’ aan de langstlevende echtgenoot.

Achterpoortje

Voor wat u via een huwelijkscontract verkrijgt, betaalt u in principe geen successierechten. Uiteraard zag de wetgever dat achterpoortje van ‘langst leeft, al heeft’ ook en heeft hij ingegrepen. Hij bepaalde het volgende: wat de langstlevende krijgt boven de helft van de gemeenschap wordt fiscaal gezien alsof hij het kreeg via de erfenis in plaats van via het huwelijkscontract (art. 5 Wetboek Successierechten). Met andere woorden: wat de echtgenoot kreeg via het verblijvingsbeding in het huwelijkscontract is toch voor de helft belastbaar met successierechten.

Een voorbeeld. Twee echtgenoten hebben een gemeenschappelijk vermogen dat bestaat uit een beleggingsportefeuille ter waarde van 750.000 euro en een verhuurd onroerend goed ter waarde van 500.000 euro. Een van beide echtgenoten overlijdt. Dan betaalt de langstlevende volgende successierechten, al naargelang het gewest dat de belasting heft: 

Vlaanderen     72 750 euro

Wallonië         123 750 euro

Brussel          122 800 euro.

Ziekbed

Successieplanners vonden dan weer een achterpoortje in het achterpoortje dat de fiscus afsloot: de zogenoemde sterfhuisclausule. Er zijn een aantal wettelijke toepassingsvoorwaarden om het ‘langst leeft, al heeft’ beding voor de helft belastbaar te maken. Een ervan is dat het beding gemaakt is op voorwaarde van overleving. Met andere woorden: in het beding moet de clausule staan dat de begunstigde de langstlevende echtgenoot is.

Een sterfhuisclausule zorgt ervoor dat die toepassingsvoorwaarde niet vervuld is. En zo vermijdt u successierechten. In de clausule staat dan bijvoorbeeld dat het volledige gemeenschappelijk vermogen voor de echtgenoot is, die met naam en toenaam vernoemd wordt (‘Jan Janssen’), ongeacht de wijze waarop het gemeenschappelijk vermogen wordt ontbonden (overlijden of echtscheiding). Uiteraard gaat de facto de gemeenschap naar de langstlevende echtgenoot. Maar het verblijvingsbeding bevat géén overlevingsvoorwaarde. Dankzij de sterfhuisclausule betaalt de langstlevende echtgenoot dus geen successierechten. De fiscus had dit bevestigd in enkele administratieve beslissingen.

Vanwaar de naam ‘sterfhuisclausule’? In de praktijk wordt deze techniek voornamelijk gebruikt in de laatste weken of dagen voor een overlijden. Er moet zo goed als zekerheid bestaan dat de terminaal zieke echtgenoot eerst overlijdt. Overlijdt de andere echtgenoot toch eerder, bijvoorbeeld door een verkeersongeval? Dan moet de langstlevende echtgenoot successierechten betalen op het volledige gemeenschappelijk vermogen, in plaats van op de helft van het vermogen zonder de sterfhuisclausule.

Wat betekent de sterfhuisclausule voor het eerdere voorbeeld? Een belastingbesparing, afhankelijk van het bevoegde gewest, van:

Vlaanderen     72 750 euro

Wallonië         123 750 euro

Brussel          122 800 euro

Een sterfhuisclausule laat u via een notaris invoeren. Dat kost ongeveer 350 euro.

Een brug te ver

En er is nog meer, de zogenoemde uitgebreide sterfhuisclausule. Stel dat de terminaal zieke partner eigen goederen heeft, die dus geen deel uitmaken van de huwgemeenschap. Voor zijn overlijden verandert hij zijn huwelijkscontract en brengt hij die eigendommen in de gemeenschap. Na zijn dood krijgt de langstlevende partner via het sterfhuisbeding ook die goederen.

Dat was een brug te ver voor de fiscus. Hij vond dat de langstlevende partner wel successierechten moest betalen voor de ingebrachte goederen. Volgens de fiscus ging het over een ‘contractuele erfstelling’, een schenking tussen echtgenoten van toekomstige goederen. En die wordt belast met successierechten.

Het Hof van Cassatie gaf de fiscus ongelijk, in het arrest van 10 december 2010. Het Hof beschouwt de clausule niet als een contractuele erfstelling. En dus is ze niet belastbaar op grond van artikel 2 van het Wetboek der Successierechten.

Enthousiasme onder juristen. Eindelijk was er rechtszekerheid over het sterfhuisbeding. Maar de euforie was van korte duur.

Een stap vooruit, twee achteruit

Door een administratieve beslissing van 15 juli 2011 heeft de administratie haar standpunt drastisch herzien. De fiscus maakt handig gebruik van een bepaalde strekking in de rechtsleer. Hij grijpt nu terug naar een andere kapstok om álle sterfhuisbedingen te belasten, niet alleen de uitgebreide maar ook de gewone. Hoe redeneert de fiscus vandaag? De toebedeling via het sterfhuisbeding is altijd een ‘vrijgevigheid’ (of een schenking). En die is belastbaar op basis van artikel 5 Wetboek Successierechten.

Hoe vermijdt u de kwalificatie van vrijgevigheid volgens de administratie? Als de toebedeling afhankelijk is van een overlevingsvoorwaarde. Maar als u een overlevingsvoorwaarde toevoegt aan het sterfhuisbeding, wordt het weer een gewoon ‘langst leeft, al heeft’-beding. En dat is dus belastbaar, zoals we eerder schreven. Nochtans vindt een meerderheid van de juristen dat een overlevingsvoorwaarde niet noodzakelijk is voor een huwelijksvoordeel ten bezwarende titel.

Het is onduidelijk of de fiscus zijn nieuw standpunt ook zal volgen voor overlijdens van vóór 15 juli 2011, waarbij de successieaangifte na 15 juli 2011 wordt ingediend. Of zal het alleen gelden voor overlijdens na 15 juli 2011?

Exit sterfhuisclausules?

Vandaag belast de fiscus dus elke toebedeling boven de helft via een sterfhuisbeding. Toch denk ik dat wie met zo’n dossier naar de rechtbank trekt, een goede kans maakt om gelijk te krijgen van de rechter. Maar de meeste mensen vermijden liefst een slepende procedure en gaan op zoek naar andere oplossingen.

Het sterfhuisbeding wordt vandaag soms optioneel gemaakt. Voordeel? Als de gezonde partner, tegen alle verwachtingen in, toch eerst sterft, kan de overlevende de optie niet lichten en de uitwerking van het sterfhuisbeding vermijden. Juristen menen, terecht denk ik, dat de administratie het niet uitoefenen van de optie niet kan belasten.

Ook als de zieke echtgenoot eerst sterft, kan de langstlevende bij een optionele sterfhuisclausule nog beslissen of hij clausule inroept of niet. Hij houdt dan rekening met de concrete gegevens van het dossier en met de stand in wetgeving, rechtsleer en rechtspraak. Want het zal ons niet verbazen als de fiscus zijn standpunt zal doordrukken door de wet te laten aanpassen.

Besluit? Wie de fiscale pil wil verzachten en gerechtelijke procedures wil vermijden, moet vandaag meer dan ooit alle mogelijke alternatieven checken.

Sven Hubrecht

6 sept 2011

 

Dit artikel verscheen in Moneytalk op 25 augustus 2011

AddThis