Eerste F1-Belg in 18 jaar
Jérôme D'Ambrosio



De enige boetes die ik heb zijn parkeerboetes.

 

Achttien jaar. Zolang is het geleden dat er nog eens een Belg verscheen aan de start van het wereldwijde Formule 1-circus. Achttien jaar duurde ook de opkomst van Jérôme D'Ambrosio, van een simpele gocart tot de koningsklasse van de autosport. Een verhaal over ambitie, geld, snelheid en een plan om het te maken.

In het najaar spreken we D'Ambrosio, tijdens een van zijn zeldzame bezoekjes aan België. Het contrast tussen de eenvoudige jonge kerel in grijs T-shirt die ons de hand schudt, en het luide en schreeuwerige F1-circus kan moeilijk groter zijn. Jérôme D'Ambrosio staat met twee voeten op de grond. Wars van alle poespas, niet geïnteresseerd in uiterlijk vertoon, verontschuldigt hij zich met zachte stem. Hij is tien minuten te laat op de afspraak, en hij kan ook niet de hele middag blijven: straks moet hij nog naar zijn grootmoeder en die vindt het niet leuk als kleinzoonlief te laat komt.

Waarom koos het nieuwe Marussia Virgin-team uitgerekend voor een Belg? "Misschien kan ik dan toch goed rijden?", lacht Jérôme D'Ambrosio. "F1 is zeker geen sport waar alleen rijke piloten uit grote landen aantreden, omdat ze een groter commercieel potentieel vertegenwoordigen. Kijk maar naar het grote aantal Finnen en Zwitsers aan de start. Of omgekeerd, naar de afwezigheid van Chinezen. Het sportieve aspect is wel degelijk nog belangrijk."

D'Ambrosio weet ook wel dat het marktpotentieel van de piloot en de sport geëxploiteerd wordt: "Na het WK voetbal en de Olympische Spelen is de Formule 1 het meest bekeken sportevent ter wereld. En in tegenstelling tot de andere twee, is er elke twee weken F1. Je staat dus bijna het hele jaar door in de aandacht."

"Ook de entourage is ongezien. De verantwoordelijkheid ten opzichte van je team is zeer groot. In mijn team werken 150 mensen, en er zijn zelfs teams met 700 mensen! In de klasse waar ik vroeger reed, telde een team maximaal 20 mensen. Mijn vrienden keken in Spa vooral hun ogen uit naar het mediacircus dat meereist met de F1. Voor mij is het intussen normaal geworden: fotografen en cameraploegen doen ook maar hun werk."

Parkeerboetes

Om de aandacht en de drukte te compenseren, gaat D'Ambrosio graag de natuur in, met de fiets. Naast de dagelijkse vier uur sporttraining natuurlijk, en de concentratieoefeningen.

Hoe hard is het leven van een racer eigenlijk? "Een droom", vindt Jérôme D'Ambrosio. En na enig nadenken: "Anders was ik wellicht piloot geworden, of iets met luchtvaart. Ik was van kindsbeen af gefascineerd door alles wat vliegt en snel gaat."

Niet op de openbare weg, zo blijkt. Jérôme D'Ambrosio: "Ik rijd heel braafjes met een heel gewone auto, een diesel trouwens. Heel anders qua ervaring dan de 330 of 340 kilometer per uur op een circuit. Ik ben niet heiliger dan de paus, maar ik heb wel een voorbeeldfunctie voor jonge chauffeurs, vind ik. Mij zal je niet met een rotvaart door de bebouwde kom zien scheuren. De enige boetes die ik heb, zijn parkeerboetes."

 

AddThis