"Toen Cordelia en ik net begonnen, was CdeC niet bijzonder rendabel. Daar zou mijn vader zich zeker druk over hebben gemaakt."
“Mijn familie is vooral bezig met ‘zware economie’, maar ik droomde er altijd van om te werken in een domein met een tikkeltje glamour. Als pas afgestudeerde twintiger werkte ik een tijdje in de Nationale Portefeuillemaatschappij (NPM) van mijn vader Albert Frère. Een leerzame ervaring, maar niet wat ik zocht. Daarna werkte ik bij Belgacom en Dior. Maar ik zit nog altijd in de raad van bestuur van het familiebedrijf.”
"Iedereen die bij mij aanklopt is een patiënt, geen cliënt"
“Plastische chirurgie kent een heel duidelijke scheidingslijn tussen esthetische en reconstructieve ingrepen. Bij de eerste soort laten gezonde mensen zich vrijwillig opereren, terwijl we bij reconstructieve chirurgie misvormingen of afwijkingen corrigeren. In het Gentse UZ voeren we beide types uit. Al ligt het accent overduidelijk op uitzonderlijke en complexe reconstructies. Iedereen die bij mij aanklopt is een patiënt, geen cliënt. Anders zou het een louter financiële overeenkomst zijn en dat klopt natuurlijk niet.”
"Het duurde twintig jaar voordat ik van mijn kunst kon leven."
“Mijn artistieke carrière begon pas in de jaren 80, toen ik samen met mijn gezin naar Zuid-Afrika trok. We woonden vijf jaar in Johannesburg, maar hebben van de apartheid nooit veel gemerkt. Terug in België twijfelde ik om voort te werken als kunstenaar. Tot ik Germain Demeurisse van de Brugse galerie Minotaurus tegenkwam. Hij stimuleerde me om door te gaan. In die periode creëerde ik mijn ‘bomannetje’: een universele mensfiguur die uitgroeide tot mijn handelsmerk. Ze zien er allemaal hetzelfde uit. Met andere woorden: iedereen is hetzelfde. Blank of zwart, man of vrouw. En ze hebben een vierkant hoofd zonder gezicht, omdat we allemaal geconditioneerd zijn door de indoctrinerende maatschappij. Na al die jaren ben ik mijn bomannetje nog lang niet beu. Het zijn bouwstenen waarmee ik keer op keer iets nieuws maak. Je kunt zeggen dat in plaats van klei, het bomannetje mijn medium is geworden.”
Mode-ondernemers Carine, Thierry en Pascaline Smets
"Voldoen aan de vraag van het publiek staat haaks op onze filosofie."
“Op 15 december opende onze Smets Premium Store: een betonnen nieuwbouw aan de Leuvensesteenweg. Op 4 000 m2 verkopen we mode en design. Maar is er ook een café, een restaurant en een ruime parkeergarage. Het project kostte 12 miljoen euro. Een zware investering, zeker in deze woelige tijden. Toen we er aan begonnen in 2006 was van de crisis nog geen sprake. Bovendien zijn we niet zo bezig met de huidige financiële malaise. De ecologische crisis is veel erger. Daarom werken we hier zo duurzaam mogelijk.”
"Wij beschouwen boeren niet langer als arme mensen, maar als kleine ondernemers."
"Het klassieke model van ontwikkelingssamenwerking – het rijke Noorden brengt geld en kennis naar het arme Zuiden – is niet meer van deze tijd. De onderlinge verhoudingen in de wereld zijn ontzettend veranderd. Zo is voedselschaarste niet langer het probleem van arme Afrikanen. Ook België, dat bijna al zijn voedsel importeert, krijgt ermee te maken. Grote voedselbedrijven zijn bang dat ze op lange termijn onvoldoende grondstoffen hebben. Daarom investeren ze in directe relaties met producenten. En ze kiezen steeds vaker voor duurzaam geproduceerde producten."
"Met een oldtimer sla je twee vliegen in een klap: rendement op lange termijn en plezier op korte termijn."
“Mijn vader begon als warme bakker in Antwerpen. Later groeide zijn bedrijf uit tot een industriële bakkerij en een groothandel in voedingsmiddelen. Na mijn humaniora ging ik meteen aan de slag in het bedrijf, dat ik in 1989 verkocht aan een multinational. In 1994 zocht ik een nieuwe uitdaging. Mijn passie voor wagens leidde me naar de autobranche.”
"StarMeal ontstond uit mijn eigen frustratie: jarenlang moest ik elke middag een smoske eten. Dus begon ik opwarmmaaltijden en slaatjes te leveren aan bedrijfskantines. Na een tijdje verdwenen de warme maaltijden uit het assortiment en investeerde ik in het slaatjesbedrijf. Dat was al vier generaties in handen van de familie Vanlommel. Zij verkochten hun slaatjes aan grote supermarkten die er hun eigen huismerk op plakten. Samen met mij stampte de jongste telg Lieven hun eigen merk StarMeal uit de grond. Als testcase stonden we op Rock Werchter. Toen de rockende pubers de frituur lieten staan voor StarMeal wisten we: dit zit goed."
"Negen van de tien keer geven mijn klanten me carte blanche."
“Sinds 2002 heet ik Fred Krugger. Ik werd geboren als Frédéric Bertrand, maar ik was op zoek naar een betere bedrijfsnaam. Duitsklinkende namen zoals Porsche stralen serieux en kwaliteit uit. Krugger komt van de Duitse mecanicien Krüger die in 1905 naar Amerika trok, mee aan de wieg stond van Harley Davidson en vervolgens spoorloos verdween. In Europa ben ik niet zo bekend, maar in de States ben ik een ster.”
“Als familie heb je toch een onvoorwaardelijke vertrouwensband.”
“Vijf jaar geleden zaten we alle drie in hetzelfde schuitje: we hadden een job, maar zochten een nieuwe uitdaging. En toen kwam Bruno met zijn idee voor Café Costume: hippe maatpakken tegen een democratische prijs. Vanaf het eerste moment voelde het supergoed om samen te werken als neef en nichten. En we konden de kunst een beetje afkijken van onze drie vaders die samen het mannenmodemerk Van Gils van hun vader overnamen. Toen dat twintig jaar geleden failliet ging, begonnen ze met The Makers: een bedrijf dat pakken maakt voor grote merken. We zagen hen lachen en ruzie maken, maar vooral goed samenwerken. Ook in mindere tijden. Als familie heb je toch een onvoorwaardelijke vertrouwensband.”
“Vroeger waren concerten promotie voor de plaat. Vandaag is het omgekeerd.”
In de jaren negentig verkochten platenfirma’s scheepsladingen cd’s. Sindsdien kalfde de verkoop langzaam af. Maar het gratis en illegaal downloaden gaf de genadeklap. Jongeren willen niet langer betalen voor muziek. Die evolutie is onomkeerbaar.